|
|
|
Uit De Koolputters,
Geschiedenis van de Limburgse mijnwerkers, nr. 8, |
|
Mijnwerker Jean Dubois over de Tweede Wereldoorlog |
| Tegen de wand hangt een
foto van een man in streepjespak, fysiek en mentaal getekend door tweeëneenhalf
jaar concentratiekamp in Mauthausen.
'Dat ben ik,' tikt de inmiddels 84-jarige Jean Dubois met zijn vinger
tegen de foto. Hij zal de 27ste april 1942 (1), de dag dat hij door de
Gestapo werd opgepakt en de dertig daaropvolgende maanden nooit
vergeten. Verraden door een werkmakker in de mijn van Waterschei.
'Ik was net achttien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak,' herinnert Dubois zich. 'Ik werd meteen opgeroepen en heb de achttiendaagse veldtocht als soldaat meegemaakt, zij het zonder uniform want daar was geen tijd meer voor. Toen we met andere soldaten naar Engeland wilden vluchten, werden we geweigerd op de boot, net omdat we geen uniform hadden. Gelukkig slaagde mijn vader erin mij in het loco-atelier van de mijn van Waterschei aan werk te helpen. Die mijn was zeer belangrijk en daarom helemaal onder controle van de Duitse bezetter. De steenkool ging rechtstreeks naar de Duitse industriesteden.' Wat de nazi's niet wisten, is dat het hoofd van padvinders waar Jean toen bij aangesloten was, als Belgisch reserveofficier een geheim leger mee hielp oprichten. 'Hij heeft mij toen dat geheim leger ingelijfd. Nu ja, onze opdrachten waren niet zo zwaar, maar daarom niet minder belangrijk en zeker niet ongevaarlijk. Zo moesten we gaan kijken waar, in de bossen achter de mijn, de verstralers van de Duitsers stonden opgesteld. Dat moesten we dan melden zodat de piloten die vanuit Engeland vertrokken, luchtafweergeschut konden vermijden. In de mijn zelf hebben we heel wat stoten uitgehaald met de kolenwagons. Bestemmingspapieren werden veranderd of gewoon kapot gescheurd zodat daar geregeld chaos ontstond. We boden hulp aan piloten die neergestort waren en brachten pamfletten aan de man waarin opgeroepen werd om de werken zo veel mogelijk te vertragen. Die pamfletten deelden we niet uit wegens te gevaarlijk.' Vluchten Als toenmalig speler van Thor Waterschei kon Dubois de pamfletten eenmaal voor de wedstrijd op de tribune van het voetbalstadion werpen. 'Op een bepaald moment had ik zo'n pakket van die pamfletten in mijn kast,' gaat Dubois verder 'Ik had destijds een werkmakker die symphatiseerde met de bezetter en die moet het gezien hebben. Hij heeft het pakket uit mijn kast gehaald en in zijn kast gelegd. Gelukkig had kraanmachinist Henri Hellings dat tijdig gezien en ingenieur Antoine verwittigd. Die heeft mij op de hoogte gebracht en heeft de pamfletten uit de kast van die man gehaald en ze laten vernietigen. Maar blijkbaar was hij zo woest dat hij de Gestapo meteen op de hoogte heeft gebracht''Ze hebben me thuis opgepakt en naar de rijkswachtkazerne van Genk gebracht bleef volhouden dat ik van niets wist en vloog dan maar naar de kazerne van Hasselt. Onderweg hebben de begeleidende rijkswachters mij de kans gegeven om te vluchten maar dat heb ik niet gedaan uit vrees represailles tegenover mijn familie. In Hasselt liet ik niets los en ook tijdens verschrikkelijk hardhandige optreden van de Gestapo in Antwerpen zweeg ik. Ik kon mijn 'master' toch niet verraden. Als straf werd ik eerst zeven weken in het concentratiekamp van Breendonk gestoken en dan overgebracht naar dat van Mauthausen in Oostenrijk. Maar voor we op het transport naar Mauthausen werden gezet, werden we eerst twee dagen fysiek en mentaal kapot gemaakt. In Mauthausen, het tweede Auschwitz, bleef die nachtmerrie maar voortduren. Dertig maanden lang. Ik had gezworen dat ik uit die hel zou geraken. En het is gelukt ook. Van de 28 Limburgers die op dat moment met mij naar Mauthausen zijn getransporteerd, waren nog maar vijf in leven tijdens de bevrijding op 5 mei 1945. En van die vijf leef alleen ik nog.' |
|
|
|
Stakingsoproep die op
1 mei |
| (1) In het artikel staat 9de november 1994, maar dit is de datum van wegvoering uit Breendonk. (Correctie telefonisch doorgegeven door Jean Dubois op 28/2/07) |